De geschiedenis van de Filipijnen

De Filipijnse geschiedenis heeft heel wat te verduren gehad. In de vroege jaren van de Filipijnen kwamen vanuit alle richtingen diverse groepen mensen aan land. Als je het überhaupt een land kon noemen, aangezien er geen centrale overheid was en er geen algehele cultuur of religie heerste. Het was blijkbaar het juiste moment geweest om daar verandering in aan te brengen.

De komst van de Spanjaarden

Zo kwamen de Spanjaarden in de 16e eeuw aan in de Filipijnen met het doel om het land te veroveren en het katholieke geloof te introduceren. De macht van de Spanjaarden bleek van ongekend niveau te zijn. Maar liefst drie eeuwen heeft het geduurd voordat dit tot een einde werd gebracht. Dit is mede dankzij de Amerikanen. Zij kwamen in beeld nadat de Spanjaarden de Verenigde Staten de oorlog verklaarde. Dit vanwege een conflict tussen de landen over suiker in Cuba, wat eveneens tot Spanje behoorde.

Nadat er tussen de Spanjaarden en Amerika een verdrag was getekend om de oorlog te beëindigen kocht Amerika de Filipijnen. Destijds werden er veel controversiële gesprekken gevoerd over het uiteindelijke beleid dat ten aanzien van het gekochte land moest worden gehanteerd. Zo waren er voorstanders om het land te behouden, omwille van het behouden van een geografisch strategisch punt en vanwege ‘humanitaire’ redenen. Zij claimden dat de Filipino’s niet in staat waren om zelf te regeren. Tegenstanders vonden het echter een kwalijke zaak om morele redenen en beargumenteerden dat het behoorlijk wat rompslomp met zich mee zou brengen voor de jaren die erop zouden volgen.

De Amerikanen nemen het over

Dat laatste bleek ook het geval te zijn aangezien de inwoners van de Filipijnen tot opstand kwamen. Het gevolg hiervan was een oorlog tussen de beide landen. In februari 1899 ging deze van start en kwam tot een einde in juli 1902 dat in het voordeel van de Amerikanen was. Deze oorlog heeft z’n tol geëist: ruim 220.000 mensen kwamen om het leven, waarvan 90% burgers. Van dit enorme aantal slachtoffers waren er “slechts” 4.000 Amerikaan.

Nadat de rust in het land was wedergekeerd braken er betere tijden aan. De Amerikanen deden er alles aan om het Engels de lokale bevolking machtig te maken. Het volledige schoolsysteem werd op de schop genomen. Honderden leraren werden ingevlogen om de bevolking te leren lezen, schrijven en rekenen. Dit zorgde ervoor dat het aantal analfabeten drastisch verminderde. Ook werd er in infrastructuur geïnvesteerd, werden er rioolsystemen aangelegd en beloofden zij aan de Filipijnen onafhankelijk te mogen worden. Dit gebeurde in het jaar 1935, waarin voor het eerst nationale verkiezingen werden georganiseerd. Dit was helaas van korte duur want de Tweede Wereld Oorlog brak kort daarna uit.

Eindelijk “onafhankelijk”

Pas na de Tweede Wereld Oorlog brak er een periode aan waarin de Filipijnen een onafhankelijke republiek werd. Echter is er gedurende die tijd nog behoorlijk wat instabiliteit geweest. Zo heeft de heerschappij van de omstreden president Ferdinand Marcos – dat van 1965 tot en met 1986 – heeft geduurd, zich als een behoorlijke dictator te boek gedaan. Waar hij in eerste instantie het land hielp om vooruit gang te boeken door in infrastructuur te investeren heeft hij helaas de armoede die er heerste links laten liggen. Om ervoor te zorgen dat hij aan de macht bleef liet hij duizenden mensen arresteren, legde de media aan banden en werd Ninoy Aquino – zijn politieke tegenstander – vermoord. Dat laatste zorgde voor een volksopstand dat zonder geweld verliep ook wel bekend als ‘People Power’. Miljoenen Filippino’s gingen de straat op in Manilla wat uiteindelijk resulteerde in het aftreden van de president. Hij koos ervoor diezelfde dag nog te vluchten naar Amerika om vervolgens niet meer terug te keren. De weduwe van Aquino, Corazon Aquino werd het nationale symbool van het verzet tegen Marcos en zij werd door de oppositie naar voren geschoven als presidentskandidaat.

Na de machtswisseling ging Aquino voortvarend van start. In februari 1987 werd een nieuwe, tevens de huidige, Filipijnse Grondwet  aangenomen. Een nieuwe senaat en een nieuw huis van afgevaardigden werd gekozen. Veel politieke gevangen werden vrijgelaten en veel ambtenaren uit de Marcos tijd werden vervange.  En de rechten van arbeiders werden serieus genomen. Deze progressieve houding werd haar kwalijk genomen door de elite, en mede als gevolg van de steun van Generaal Ramos, die in 1988 tot minister van Defensie werd gekozen, overleefde ze maar liefst zeven coup pogingen. De resultaten van landhervormingsprogramma’s bleven echter uit, en ook economisch ging het slecht. Aquino trad hard op tegen demonstraties en verzet.

Bij de volgende verkiezingen won Fidel Ramos de verkiezingen tot president. Ook hij begon zijn ambtstermijn met beloften om de Filipijnen moderner en economisch sterker te maken en lanceerde daartoe het Filipijnen 2000 plan. Dit plan geresulteerde in een gestage economische groei, dalende corruptie en verbeteringen van de infrastructuur. De economische groei kwam echter zoals zo vaak in de geschiedenis niet ten goede aan het arme deel van de bevolking.

De verkiezingen in 1998 werden gewonnen door de populaire acteur Joseph Estrada. Binnen een jaar na zijn verkiezing daalde de populariteit van Estrada echter drastisch als gevolg van beschuldigingen van vriendjespolitiek en corruptie. In oktober 2000 werd Estrada beschuldigd van het aannemen van miljoenen Filipijnse peso van de illegale gokhandel. Een afzettingsprocedure in het Filipijns Huis van Afgevaardigden was succesvol, maar in de Filipijnse Senaat werd de procedure geblokkeerd doordat de senatoren in meerderheid tegen een onderzoek van de banktegoeden van de president stemden. Daarop protesteerden grote mensenmassa’s tegen zijn presidentschap en eisten zijn aftreden. Als gevolg van deze tweede revolutie, opstappende kabinetsleden en het terugtrekken van de steun van het leger werd Estrada op 20 januari 2001 gedwongen af te treden. Hij werd daarna opgevolgd door de vicepresident Gloria Macapagal-Arroyo. In 2010 werd Gloria Macapagal-Arroyo opgevolgd door Benigno Aguino III, enige zoon van Benigno Aguino Jr  en Corazon Aguino.

In mei 2016 vonden opnieuw landelijke verkiezingen plaats. De voorafgaande weken werden weer gekenmerkt door felle campagnes en verkiezing gerelateerde incidenten. De overduidelijke winnaar was Rodrigo Duterte.  Die al jaren een stevige reputatie had opgebouwd door zijn harde manier van bewind voeren als burgermeester van Davao City. Zijn populariteit  heeft vooral te maken met zijn belofte dat hij de criminaliteit effectief wil gaan aanpakken. Met name de handel in drugs.